Interview met de werkgroep RIT

Door Leonie Cramwinckel, februari 2007

Op 8 april jl, aansluitend op een ALV, presenteerde Paul van Beuzekom in Vught zijn visie op re-integratietherapie. Voor een klein gezelschap VNGN-leden hield Paul een boeiend verhaal over een groeiende markt voor gestalttherapeuten die zich willen richten op hen die buiten het arbeidsproces (dreigen te) vallen. Hij wees ons op een groep mensen die moeilijk terug naar werk te leiden zijn. Vaak hebben deze mensen emotionele problemen die hen belemmeren in hun terugkeer of zoektocht naar werk. Paul riep de leden toen op met hem een werkgroep te vormen om gezamenlijk te onderzoeken wat gestalttherapeuten deze potentiële doelgroep te bieden heeft. 
Aan deze uitnodiging gaven Martine Bleeker , Trees van Rijn en Roel de Bruin gehoor. De nieuwe werkgroep ontmoet elkaar minimaal tweemaal per jaar en heeft regelmatig mailcontact. Zo hebben Martine, Paul en zijn vrouw Marianne van Berkel een goed leesbaar “profiel van re-integratietherapie”  geschreven o.a. ook voor de beroepsvereniging NVPA . 
In december jl interviewde ik Paul en Trees over hoe het nu met de werkgroep gaat. Er ontspint zich een levendig gesprek waarin Paul en Trees enthousiast vertellen en elkaar aanvullen. Als eerste benadrukt Paul dat re-integratietherapie een voorschakeltraject is, het leidt niet naar werk, maar leidt naar de situatie waarin iemand weer werk kan gaan vinden of weer kan terugkeren in zijn/haar werk. De keuze om niet naar werk te begeleiden of te bemiddelen, maar nadrukkelijk een therapeutisch voortraject aan te bieden maakte Paul heel bewust, nadat hij zich ook als loopbaancoach had geschoold. Hij ontdekte dat hij daardoor een goede gesprekspartner voor re-integratiebureaus werd. En bovendien dat deze hem cliënten voor re-integratietherapie toestuurden. 


Hoe staat het met het voortraject re-integratietherapie?

Trees: “Nog niet zo lang geleden werd er minder geld door werkgevers uitgetrokken om werknemers die uit het arbeidsproces vielen, te laten begeleiden. Nu is dat anders, door de invoering van de Wet Verbetering Poortwachter, waarin o.a. wordt bepaald dat werkgever én werknemer een verplichting hebben om samen te kijken naar de situatie en naar oplossingen. Maar ook door de invoering van mogelijkheid voor werkzoekenden om via het UWV een Individuele Re-integratie Overeenkomst af te sluiten met een door hen zelf uitgezocht bureau. Uitgangspunt in beide wetgevingen is dat iemand zo snel mogelijk terugkomt in het werk. Er is hiermee een enorme markt voor re-integratietherapeuten (naast die voor coaches) ontstaan, die niet meer alleen kijken naar het individuele en psychosomatische, neen, de werkcontext moet er op enig moment ook weer bij betrokken worden. De aandacht gaat dan eerst uit naar het intrapsychische, de persoonlijke ontwikkeling, existentiële vraagstukken en van daaruit naar herstel van de interactie o.a. in de werkcontext”.
Paul: “Coaches werken meer op gedachteniveau, gestalttherapeuten meer op intentieniveau, bewustzijn, de diepe notie die iedereen heeft. Als die notie niet meer leeft, raak je de weg kwijt. Goede coaches zijn zich ook van die notie bewust. Maar die zijn vaak gebonden aan een vast aantal consulten, meer resultaatgericht. Preventief is vaak coachend, curatief is therapeutisch.” 
Trees: “Therapie mag een proces zijn, het is bijzonder en nodig dat re-integratietherapie een eiland van rust creëert waarin werknemers die zijn uitgevallen en uitkeringsgerechtigden eens stil kunnen staan waarom het eigenlijk gaat.” 

Je noemt de Wet Verbetering Poortwachter voor werknemers en werkgevers. Welke instanties zijn er betrokken en hoe werkt het UWV voor werkzoekenden? 
Trees: “Dat zijn ziektekostenverzekeraars, Arbodiensten, het UWV en natuurlijk werkgevers, afdelingen P&O. Werkgevers hebben zich in meerdere of mindere mate verzekerd voor uitval wegens ziekte. Voor werkzoekenden koopt het UWV vaak tegen bepaalde bedragen re-integratiediensten in bij een groter re-integratiebureau en stuurt klanten daar naar toe. Maar deze mensen kunnen ook zelf een IRO (Individuele Re-integratie Overeenkomst) aanvragen en zelf daarbij een re-integratiebureau kiezen. Bij het UWV werken re-integratiecoaches en arbeidsdeskundigen die hierover informatie kunnen geven. Soms echter is iemand er niet aan toe vanwege zijn psychische klachten. Er zou in dat geval een traject moeten zijn ter voorbereiding op die IRO om ervoor te zorgen dat de IRO meer kans van slagen heeft. De re-integratiecoaches bij het UWV zouden zo’n voortraject dan als apart interventie-instrument (zo heet dat) kunnen inzetten voor deze klanten en er geld voor beschikbaar stellen. We weten als werkgroep inmiddels dat het UWV het aantrekkelijk vindt dat er een landelijke werkgroep is onder de vlag van een grotere therapeutenvereniging, dat ook een landelijke dekking heeft.”

Paul: “We zijn als werkgroep bezig met contacten te leggen met het UWV. Het zou jammer zijn als er opdrachten los komen en er geen collega’s beschikbaar zijn. De vraag blijft: wie is bereid om mede tijd en moeite te investeren om deze markt voor onze doelgroep te ontsluiten, voor cliënten die deze begeleiding zo hard nodig hebben? Dat is een oproep die ook bij de beroepsvereniging NVPA is uitgegaan. We hebben als VNGN een groot georganiseerd netwerk. We kunnen makkelijk met elkaar communiceren via de website met het veld. Zorg allereerst dat je als therapeut door een cliënt gevonden kunt worden en zorg vervolgens dat je je als ondernemer binnen het netwerk ontplooit. Als je je bij re-integratietherapie betrokken voelt, profileer je dan, blijf niet op je meditatieve krukje zitten. Kom naar buiten en laten we met elkaar voor klanten, UWV’s en werkgevers beschikbaar zijn.
Laten de VNGN-leden maar komen bij de werkgroep, met al hun vragen. We zouden twee à driemaal per jaar bij elkaar kunnen komen om verschillende ervaringen uit te wisselen, elkaar te stimuleren, we hebben inspiratie van elkaar nodig. Ik wil overigens geen directeur van een re-integratiebureau worden. Iedereen voert zijn eigen onderneming. Het moet allemaal organisch blijven gaan”.
Trees: “Zelf ben ik inmiddels voor IRO’s een door het UWV erkend re-integratiebedrijf en wordt opgezocht door Burnout werkelozen, door mensen met beperkingen (o.a. Syndroom van Asperger) of chronische ziekten (reuma, of herstel na chemokuur behandeling). Als je je eigen bezieling voelt is het goed, krijg je vanzelf cliënten. Als gestalttherapeute kan ik optimaal mijn werk doen ook voor deze doelgroep! In 2004 ben ik via een site van Sociale Zaken met daarop de nieuwe IRO wetgeving, en via werkzoekenden die een IRO wilden,  bij het UWV uitgekomen. Ik had nog nooit met werkelozen gewerkt en dacht ‘wat heb ik hen die langer uit het arbeidsproces zijn te bieden?’ ‘Kan ik dat?’ ‘Is het zoveel anders dan iemand die nog in het werk zit en een tijdje is uigevallen?’ 
Merkbaar is dat deze klanten meer in afhankelijkheid zijn geraakt, de zelfsturing op een laag pitje staat. Ook faalangstiger zijn; het probleem van werkeloos zijn is hen vaak te groot, te onoverzichtelijk. Mijn motto: ’ Stap er op af met onwetendheid, met vragen, verwondering. Daardoor kwam ik in contact met re-integratiebedrijven, collega’s, we sloten “bondjes”, zochten naar wegen, heel organisch, en dan is het niet meer stuiten: acties die je zichtbaar maken, mensen die je nodig hebben weten je dan te vinden. 
Maar het is ook een wat harde wereld: het is soms stuitend om te zien dat re-integratiecoaches hun best doen om het IRO-contract binnen te halen, maar vervolgens achterover hangen en ervan uitgaan dat hun klanten met een beetje sollicitatietraining het zelf wel kunnen redden. Is het budget op, dan wordt er een rapportage naar het UWV verstuurd: helaas, jammer. Die vorm van ondernemen zien we soms bij collega’s. 
We hebben als werkgroep een goede productomschrijving van ‘re-integratietherapie’ in handen, bedoeld voor de uitvallers en dreigende uitvallers zelf maar ook voor werkgevers (P&O), huis- en bedrijfsartsen (Arbodiensten), UWV (arbeidsdeskundigen en re-integratiecoaches), naar de GGZ instanties enzovoort. Zo maken we onszelf zichtbaar, ieder vanuit onze eigen praktijk en toch in verbinding met elkaar.”

Beiden benadrukken dat het belangrijk is dat zij die dit re-integratiewerk willen doen,vertrouwd zijn met organisaties, feeling moeten hebben met de context “arbeidsproces in organisaties”, bij voorkeur gevoed door eigen werkervaringen binnen de dynamiek van organisaties. Het maakt je tot een geloofwaardige gesprekspartner voor alle betrokkenen (red: Paul komt heeft jaren bij de overheid gewerkt, Trees werkte oorspronkelijk jarenlang op P&O/HRM afdelingen). 

Paul: “Het gaat erom te kijken hoe je als gestalttherapeut je weg hierin kunt vinden, ik ga de trein niet trekken. Het moet organisch zijn, het is een balans van geven en nemen. Er moet een wisselwerking zijn tussen de werkgroepleden; als mensen de moeite doen om ervaring in te brengen, een bepaalde mate aan lef en daadkracht hebben, kun je elkaar als collega’s versterken en vinden we onze weg in deze re-integratiebranche. Stap voor stap, je moet een lange adem hebben.

Dat leidt weer tot een volgende vraag: waar halen jullie je energie uit? 
Paul: “Ik zet me hier graag voor in uit de betrokkenheid bij een maatschappelijk probleem, bij maatschappelijke nood. Kijk naar geweld op school, op straat, op werk, in de maatschappij, … Wat je steeds maar hoort rond deze nood is dat mensen hun plek kwijt zijn. Dit heeft rechtstreeks ook met fysieke veiligheid te maken en vooral ook met de emotionele plek, het gevoel van erbij horen, je thuis te voelen. Als ik deze impuls van betrokkenheid beantwoord, word ik warm van de wisselwerking die dat oplevert. 
Hoe ga je om met leed; er zit veel leed, veel zwaarte in. Dit lijden is de wegwijzer naar ‘om op eigen koers te komen’.”
Trees: “Ik sluit me daarbij aan, ben altijd al bezig geweest met organisaties, mensen daarbinnen, arbeidsmarktvraagstukken en knelpunten. Maar nu beleef ik het gewoon, ik handel, het komt op mijn weg, ik gebruik mijn kennis, mijn ervaring, mijn persoon als instrument, het is bijna iets heel spiritueels. Ik merk geen verschil met andere cliënten in therapie of met loopbaan- of coachingsvragen. Als je met iemand werkt en je voelt en ervaart de constructieve power die iemand bij zichzelf aanboort…..dat is het mooiste. Mensen weten eigenlijk heel goed wat hun eigen plek is. Zo boor ik ook de mijne aan.” 
Paul: “Positieve betrokkenheid krijg ik als therapeut ook bij gesprekken met andere cliënten met problemen met stress, conflicten in privé-situaties, scheidingen. Laten we ze in positieve, goede energie ombuigen. Daardoor zetten cliënten voor zichzelf en ook weer voor anderen iets positief neer. Ik leer er elke keer weer van.”

Over leren gesproken: welke vooropleiding hebben de IRO-mensen?
Trees: “Afgelopen jaren zijn er veel mensen die makkelijk bemiddelbaar waren, terug naar werk geleid. In het algemeen krijg ik voor een IRO geen mensen met een lage opleiding, het zijn veelal hoger opgeleiden die vanwege hun situatie graag hun reflectievaardigheden inzetten. Dit botst eigenlijk met de populatie die nu nadrukkelijker zichtbaar voor de deur staat, namelijk categorie 3 en 4 in UWV-termen (2006): mensen met geestelijke problemen, sterke emotionele of lichamelijke klachten, dus zij die een functionele beperking kennen. Mensen die meer bezig zijn met elke dag te overleven dan gericht zijn op iets dat hun eigen toekomst zou kunnen verbeteren. Die zijn minder gemakkelijk snel èn duurzaam naar werk te leiden, liggen er even snel weer uit, daar zitten laag- en hooggeschoolden tussen. Met deze categorie werkt overigens ook de GGZ (wachtlijsten). Volgens mij heeft het niets met opleiding te maken, maar wel alles met aandachtig zijn en contact hebben. 
Paul: “Ik heb ook te maken gehad met mensen van een sociale werkplaats: drie keer gekomen, zijn klaar. Volgens mij heeft het niets met opleiding te maken.”

Kunnen jullie nog wat meer vertellen over de bekostiging?
Paul: “Het kostenaspect ligt ingewikkeld. Het is zo geregeld dat de re-integratiebureaus een vast  bedrag krijgen (max. € 5000,--, afhankelijk van het ingediende plan en ongeacht de kosten die ze maken) om iemand terug naar werk te begeleiden. Deze bureaus willen niet dat daarvan geld afgaat voor een therapeutisch deeltraject, bovendien is dat op dit moment ook nog niet toegestaan. Vraag is dan hoe ‘re-integratietherapie’ dan wel op het meest adequate moment via het UWV kan worden ingezet en kan worden bekostigd.
Ons product zou een legitieme plek willen innemen tussen alle door het UWV gehanteerde interventies in het belang van diegenen die extra ondersteuning nodig hebben. Op dit moment bereken ik voor dit werk het zakelijke tarief van € 125,- per sessie en natuurlijk breng ik alleen werkelijk gemaakte kosten in rekening bij de klant of het re-integratiebedrijf. 
Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat een arbeidsdeskundige of een verzekeringsarts (bijvoorbeeld voor mensen in de WAO of gedeeltelijk arbeidgehandicapten) aangeeft dat hier re-integratietherapie nodig is. Hij of zij kan dat rechtstreeks bij mij interventie inkopen. Verzekeringsartsen kunnen daar geld voor vrij maken, het wordt dan voor 100% vergoed. 
Belangrijk voor het UWV is dan de wetenschap dat alleen wat nodig is in rekening gebracht wordt, en dat een vast totaal bedrag met vaak weinig transparantie en een teveel aan geraamde kosten wordt voorkomen. De besparing die in het kader van een IRO zo gemaakt wordt, betekent een belangrijk argument voor UWV om ‘re-integratietherapie’ op deze wijze in te gaan zetten. Maar dan moeten we als aanbieders wel duidelijk zijn in wat we te bieden hebben!
Gemeenten werken wel met re-integratietrajecten, maar hun klanten hebben vooralsnog geen eigen keuze. Ze mogen zelf weten hoe ze uitkeringsgerechtigden uit de bijstand laten uitstromen. Gecontracteerde re-integratiebedrijven kennen vaak een samenwerking met soms wel  5 à 6 verschillende gemeenten en werken meestal groepsgewijs. Maar ook hier is veel ontwikkeling te zien en worden onorthodoxe methoden steeds vaker toegepast.”

Trees “Niet iedere werkgever is even goed verzekerd, met name in midden- en kleinbedrijf (MKB), daar zijn de verzekeringen vaak minimaal. Ook niet elke werknemer is goed verzekerd. In de nieuwe zorgverzekering zitten dergelijke trajecten niet in het basispakket. Ik vind dit heel erg, er wordt juist steeds meer een beroep op werkgevers gedaan. Het MKB heeft weinig geld (begroot), terwijl een uitval op een klein personeelsbestand, hen handen met geld kost. Ik pas dus ook mijn tarieven wel eens aan. Daarmee kun je dan niet alleen de werknemer, maar ook die kleine organisatie in de dynamiek houden. Kan iemand niet terugkeren dan kan een werkgever een vervroegde medische of arbeidsdeskundige keuring bij het UWV aanvragen, dat scheelt soms ook weer.
Paul Ja, we zien verschuivingen in bekostiging. Op het scherp van de snede gaat het er altijd om wie het betaalt? Hoeveel hoort eigenlijk thuis in GGZ? Zorgverzekeraars of mensen zelf, maar de Wet Poortwachter verplicht werkgevers en werknemers er iets aan te doen. Soms is de oplossing half om half (werkgever, werknemer ieder de helft), eventueel zelf betalen, eventueel te verhalen op een verzekering. Zo niet, re-integratie valt onder beroepskosten en is evt. ook aftrekbaar als gezondheidkosten via je jaarlijkse belastingopgave formulier. In de zakelijke dienstverlening kun je vrijstelling van btw-afdracht krijgen, dit moet je bij je belastinginspecteur aanvragen.
Trees “Ik overleg met de klant. Is het echt iets dat met de werkcontext te maken heeft dan wordt dat ook als zodanig op de nota gezet: “Re-integratie(gestalt)therapie / behoud van werk”. Dan worden het beroepskosten. Maar cliënten met existentiële vraagstukken, levensthema’s en dergelijke kunnen hun nota meestal indienen bij hun ziektekostenverzekeraar voor een vergoeding. In dit verband hebben de beroepsverenigingen NVAGT en NVPA de laatste jaren stevig aan de weg getimmerd.” 

Lees voor meer informatie:
Geschreven door Paul van Beuzekom  
Door Leonie Cramwinckel, februari 2007



Op 8 april jl, aansluitend op een ALV, presenteerde Paul van Beuzekom in Vught zijn visie op re-integratietherapie. Voor een klein gezelschap VNGN-leden hield Paul een boeiend verhaal over een groeiende markt voor gestalttherapeuten die zich willen richten op hen die buiten het arbeidsproces (dreigen te) vallen. Hij wees ons op een groep mensen die moeilijk terug naar werk te leiden zijn. Vaak hebben deze mensen emotionele problemen die hen belemmeren in hun terugkeer of zoektocht naar werk. Paul riep de leden toen op met hem een werkgroep te vormen om gezamenlijk te onderzoeken wat gestalttherapeuten deze potentiële doelgroep te bieden heeft. 

Aan deze uitnodiging gaven Martine Bleeker , Trees van Rijn en Roel de Bruin gehoor. De nieuwe werkgroep ontmoet elkaar minimaal tweemaal per jaar en heeft regelmatig mailcontact. Zo hebben Martine, Paul en zijn vrouw Marianne van Berkel een goed leesbaar “profiel van re-integratietherapie”  geschreven o.a. ook voor de beroepsvereniging NVPA . 

In december jl interviewde ik Paul en Trees over hoe het nu met de werkgroep gaat. Er ontspint zich een levendig gesprek waarin Paul en Trees enthousiast vertellen en elkaar aanvullen. Als eerste benadrukt Paul dat re-integratietherapie een voorschakeltraject is, het leidt niet naar werk, maar leidt naar de situatie waarin iemand weer werk kan gaan vinden of weer kan terugkeren in zijn/haar werk. De keuze om niet naar werk te begeleiden of te bemiddelen, maar nadrukkelijk een therapeutisch voortraject aan te bieden maakte Paul heel bewust, nadat hij zich ook als loopbaancoach had geschoold. Hij ontdekte dat hij daardoor een goede gesprekspartner voor re-integratiebureaus werd. En bovendien dat deze hem cliënten voor re-integratietherapie toestuurden. 





Comments